Klankschalen en Boventonen

klankschalen

klankschalen

Luisteren naar klankschalen brengt je in verstilling. De zachte golfbeweging in de klank reinigt je ziel, zeggen ze in Japan. Als je de klank toelaat, doet het iets met je. Het zijn betoverende klanken. En dan zo simpel te maken: je geeft de schaal een duwtje en hij zingt voor je.
Het aanslaan luistert nauw: verkoop je een schaal een klap, dan krijg je en schril geluid terug. Stel je voor dat de schaal van rubber is en dat je maar een heel klein tikje hoeft te geven.Hoor dat elke aanslag iets anders te weeg brengt. Laat de schaal zo lang mogelijk uitklinken. Zo lang als jij het volhoudt. En dat is tijdloos lang. Kun je in de klank blijven? Met de klank mee verdwijnen de stilte in?

In een traditionele zen-meditatie wordt er drie keer op een schaal geslagen om aan te geven dat de meditatie begint. Maar het is heel moeilijk om een tweede en een derde keer te slaan en te zorgen dat de schaal blijft klinken en de klank niet onderbroken wordt door de slag.
Mijn Zen-leraar Michael Vetter sloeg altijd maar één keer op een klankschaal. Dat vind ik eigenlijk nog meer zen. En aan het einde van de meditatie sloeg hij weer slechts één keer. En dan mochten we pas buigen als de schaal was uitgeklonken. Waarvoor sla je anders op een schaal? waarom roep je de eeuwigheid op om vervolgens niet te luisteren?

Dus voor je meditatie tijdens de donkere dagen wil ik je uitnodigen om één keer een schaal aan te slaan en dan de klank te volgen de stilte in.

Borg Diem Groeneveld

P.S.
(Je hebt toch wel je eigen schaal? Ik heb nog een paar mooie schalen staan. Die kun je komen uitproberen tijdens de workshop op 17 december. En dat zijn dan de laatste. Nieuwe schalen vind ik niet mooi en oude worden steeds duurder).

Verveling: bestaat dat nog?

Het is zomer, de kinderen hebben vakantie. Dan hoor je je ook af en toe te vervelen, toch? Maar gebeurt dat nog wel? “Pap, ik weet niet wat ik moet doen”. En wat je ook voorstelt, ze regeren met: “heb ik geen zin in.’
Maar tijden zijn veranderd. Kinderen kunnen nu elk leeg gaatje opvullen met hun mobieltje. Je hoeft maar te gaan zitten en je kunt een spelletje doen of appen met je vriendinnen die waar dan ook op vakantie zijn. En je kinderen vind je terug op de camping waar de beste wifi is.

Maar voor volwassenen geldt hetzelfde, we mogen ons niet meer vervelen, we mogen niet meer futloos zijn. Nee, we moeten altijd iets ondernemen. Als het geen werk is, dan wel een uitdagende vakantie met raften, kletteren, rijden op een quad of met een jeep, kite-surfen, abseilen en wat nog meer. Gewoon in de zon zitten en niks doen, kan eigenlijk niet.

groot ei klein ei

Een Duitse auteur van begin vorige eeuw, Walter Benjamin, heeft een prachtige uitspraak gedaan over de verveling, die ik er altijd bij haal wanneer het over verveling gaat: “De verveling is een droomvogel, die het ei van de ervaring uitbroedt.’  Op de uitspraak zelf kun je al even broeden. Wat zijn onze ervaringen van het afgelopen jaar? Wat komt er uit onze ervaringen naar boven? Wat ontpopt zich? Wat wordt er zichtbaar? Daaraan gaat een proces vooraf dat zich achter de schermen afspeelt. Pas als het ei openbreekt, merken we dat we iets geleerd hebben, dat we de dingen anders doen. Maar dan moet we ons wel durven vervelen.

Heb jij nog verveeltips?

Of heb jij nog tips om van je mobieltje af te blijven?

En wat zou er uit dat ei van de ervaring komen?

 

En om echt vakantie-achtig te oefenen hier nog een lesje ‘liggend ademen’.

Als dit je goed doet, kun je op deze pagina nog meer filmpjes over ademen bestellen.

 

Hoezo buikademhaling?

“Je moet toch met je buik ademen?” Dat vragen de meeste mensen mij wanneer ze horen dat ik ademtherapeut ben. Ik moet ze helaas teleurstellen. Ademen doe je met je longen. Longen bevinden zich in de borstholte en niet in de buikholte. En ik heb het niet gauw over de ademhaling, maar wel heel vaak over de adembeweging.
Als we ademen, voelen we en zien we ons lijf bewegen. Zien we de borstkas en de schouders bewegen, dan noemen we dit meestal ‘hoge ademhaling’. Daarvan denken de meeste mensen dat die niet goed is.  Ook al zie je veel nieuwslezers op het televisiejournaal hier hun adem halen. En buikademhaling zou dan de ‘goede’ ademhaling zijn.
Maar ik vind het pas echt ‘goed’ wanneer de adembeweging overal in ons lijf voelbaar is. En meestal zie je dan niet meer zo veel van de adem.
Ooit zeiden twee dames na een concert tegen mij: “Maar u ademt helemaal niet.” Het leek me maar het beste om dit als een compliment op te vatten, maar eigenlijk heerste er een groot misverstand; namelijk dat als je niet zichtbaar en hoorbaar ademt (wat helemaal niet nodig is) je geen lucht kunt binnenkrijgen. Maar dat het niet zo opvalt, is juist een goed teken. Ademen hoeft niet op te vallen, inademen hoeft helemaal niet hoorbaar te zijn.  De adembeweging kunnen we niet alleen in de buik voelen, maar ook in de flanken, in de rug, onder het borstbeen, in de oksels en soms is de adembeweging zelfs voelbaar tot in de ledematen.
Ben je al overtuigd of wil je wel eens iets uitproberen? Hieronder vind je een filmpje om te oefenen met de onderste ademruimte. Hierbij kan de adembeweging voelbaar worden tot in de bekkenbodem (ons zitvlak) en in de heupgewrichten. Misschien is de adembeweging niet meteen voor iedereen voelbaar, maar met liefdevolle aandacht kunnen we de onderste ademruimte weer levend laten worden. En ik verzeker je, dat is een heel aangenaam gevoel.

 

Een set video’s met ademoefeningen kun je hier bestellen. 

 

Inspiratie nodig?

Borg Diem Groeneveld

Borg Diem Groeneveld

Voor improvisatie hebben we inspiratie nodig. We proberen te luisteren naar een innerlijke stem, een ingeving, een influistering van de muze. De oorsprong van het woord inspiratie kan ons helpen: inspiratie betekent oorspronkelijk inademing en spiritus betekent ziel.
Wat hebben we nodig om de ziel te laten zingen?
Wat hebben we nodig om een inademing te laten ontstaan? Hoe vinden we het soort inademing dat inspiratie geeft?
Zodra wij uitreiken, komt de inademing mee. Zodra we in beweging komen, krijgen we een ingeving.
Uitreiken heeft te maken met nieuwsgierigheid, contact maken met de ander, je verbinden met het onbekende. Iedereen kan onze muze zijn. De ander zet ons in beweging en geeft inspiratie. En dan gaat het balletje rollen.
Bijvoorbeeld in module 3:”Listen to the muse”, in Amsterdam en Antwerpen.

Hoe kom jij aan je inspiratie?

Wat wil je bereiken?

Soms vraagt iemand in de les”Wat is het doel van deze oefening?” Beginners stellen nu eenmaal altijd de moeilijkste vragen – en dit vind ik een hele moeilijke vraag. Want ik wil er graag een goed antwoord op geven, maar er is geen goed antwoord op deze vraag. En dat is lastig uit te leggen.
In mijn lessen gaat het erom te ervaren. En iedereen ervaart bij eenzelfde oefeningen iets anders. En ook wanneer je een oefeningen voor de tweede, derde vierde of eenentwintigste keer doet, ervaar je weer iets anders.
Tenminste, als je geen verwachtingen hebt, als je de oefeningen niet als een routinehandeling uitvoert. Om iets te ervaren moet je de oefeningen uitvoeren alsof het voor het eerst is. En als ik zeg welk doel de oefening heeft, ga je niet meer in de ervaring, maar ben je alleen nog maar bezig om na te gaan of je het wel ‘goed’ doet. En dan is het effect weg. Geen ervaring. Hoogstens frustratie.
Mijn ‘hogere’ doel is dat iedere student een ervaring heeft en daarna iets kan vertellen over zijn eigen, unieke ervaring in zijn eigen woorden. Alle ervaringen bij elkaar geven dan een beeld dat het individuele overstijgt.
Waar de ene merkt dat zijn adem meer ruimte heeft gekregen, daar ervaart de ander meer ontspanning. Een derde merkt dat zijn houding is veranderd, een vierde is sloom geworden en een vijfde voelt zich juist energiek, enzovoort.

In de video hieronder begeleid ik je in een hele simpele oefening. Hoe simpeler de oefening, hoe meer je kunt ervaren. Ga je het proberen? Het kost maar twee minuten. Doe de test! Onder de video is ruimte om je ervaring te delen. Ik ben heel benieuwd!

In het concertgebouw

Borg Diem Groeneveld

Borg Diem Groeneveld in de Nieuwe Kerk

Plankenkoorts? Dat ken ik helemaal niet. Ik vind het altijd leuk om te zingen voor publiek. En ook al zing ik ietsje minder dan ik gewend ben, het publiek hoort niet het verschil. Alleen mensen die mij goed kennen hebben het in de gaten als het niet zo lekker gaat. Dat komt natuurlijk wel eens voor.

Dan krijg je van die wijze lessen die ontstaan ‘door schade en schande’. Een paar voorbeelden:

  • Zo heb ik een keer een vreselijke kriebel in mijn keel gehad doordat ik in dat Friese dorpskerkje me in de pauze liet verleiden tot een lekker plak Friese koek bij de thee
  • Zo heb ik een keer moeten vechten tegen de slaap toen ik vanwege het warme weer voor het concert bier had gedronken bij het avondeten. Pas halverwege het concert was ik weer helder…
  • Zo vertelde een oude zanger mij eens dat iemand hem had verteld dat gedroogde pruimen heel goed waren voor de stem. Dus hij had een hele zak pruimen gegeten voor het concert. Maar pruimen bleken ook nog heel laxerend te zijn en dat had niemand er bij verteld. Na elk lied haastte hij zich het podium af, naar de wc…..
  • En zo zong ik eens mee in een concert van Polo de Haas in de Beurs van Berlage. Dat vond ik natuurlijk geweldig opwindend. Pas toen ik op het podium zat en moest beginnen, was plotseling mijn keel afgeknepen van de spanning. Ik schrok me rot en het duurde even voordat ik mij had hersteld.
Polo de Haas

Polo de Haas

Zo kan stress een zanger geheel onvoorbereid treffen. 7 mei ben ik weer uitgenodigd door Polo de Haas. Dit keer treden we op in het Concertgebouw in Amsterdam! ‘Het concert der bassen’: 6 contrabassen, een bassaxofoon, een baspanfluit, Polo de Haas op piano en ik met de boventonen. Ik weet nu dat ik me niet te argeloos moet opstellen, maar moet kunnen terugvallen op een stevige basis, waar de podiumkoorts geen kans krijgt.

Wil je er bij zijn? Tot 12 maart kun je met korting kaartjes kopen op www.concertgebouw.nl  De kortingscode is  PH12030705. Na 12 maart kosten de kaartjes € 28,50 in plaats van € 10.

 

Heb jij wel eens plankenkoorts?

En wat doe je er tegen?

Authentic Voice

authentic voice

authentic voice

Bij een authentieke stem denken we aan een oorspronkelijk en eigen geluid. Niet iets waar je je best voor doet, maar een stem die als vanzelf klinkt, niet gestuurd door een ideaal, maar hoe hij uit zichzelf klinkt.

 

Stemproblemen

Dat lijkt heel eenvoudig, maar die eenvoud zijn we vaak kwijt. Je hebt een kikker in de keel, er zitten slijmpjes in de weg, je hebt juist een droge keel, je kunt geen toon vinden die lekker klinkt, je komt adem te kort. Vaak zit je jezelf in de weg om ‘gewoon’ (authentiek) te klinken.

 

Wat heb je nodig?

Het is dan lastig om je niet te gaan ergeren. Het is lastig om dan geen kracht te gaan zetten. Het is dan lastig om met aandacht te luisteren naar je stem. Het is dan lastig te voelen wat je lijf nodig heeft: is het ontspanning? Of meer energie? Meer lucht? Rust in je kop? Niks ‘moeten’?

 

Hoe kun je daar mee omgaan?

Om te beginnen mag je tot rust komen in je eigen lijf. Voelen wat er gaande is.  De onrust voelen die er nog is. En je daardoor niet meer op laten jagen. Dan slaak je een zucht van verlichting. Een verademing. Er hoeft even niks meer. Alles waar je nog moeite voor moet doen, laat je rusten. Wat heb je nodig om weer energie op te doen? Vaak is dat een kwestie van je adem de ruimte geven. Zodat je hele lijf meedoet. En als je eenmaal ademt met je hele lijf (en dat heeft wel even tijd nodig) dan kun je je adem ook laten klinken.

 

Klein beginnen

Vaak begint dat met een zacht en verlegen geluid. Vaak kan de adem het nog niet aan en lijkt het of je adem te kort komt. Richt je naar de mogelijkheden van je adem, geef aandacht aan de klanken die naar boven komen. Wees nieuwsgierig naar wat er in je tot leven wil komen. Dan kun je genieten van de klank die er komt. En maak je niet druk of het mooi klinkt of niet. Het belangrijkste is dat jij er van geniet. En dat hoort iedereen!

Heb je dit wel eens ervaren? Zou je het wel eens willen ervaren? Geef je commentaar!

 

En weet je nog iemand die ook meer mag genieten van zijn of haar stem? Deel dan deze blog.

 

Vanaf 7 januari: 5 lesdagen Authentic Voice in Amsterdam en Antwerpen.

Omgaan met druk; goed voor je stem?

Heeft zingen iets met druk te maken? Staan we onder druk als we zingen? Op beide vragen kan ik volmondig ‘ja’ antwoorden. Als we zingen, sluiten we de stembanden bijna helemaal en er is meer druk nodig om uit te kunnen ademen.  Maar we kunnen druk ook anders ervaren: we staan ook onder druk omdat we mooi willen zingen of zuiver willen zingen of ons publiek willen behagen. Deze druk kan ertoe neigen dat we ons best gaan doen en dat levert nog meer druk op. Hoewel,  tegenwoordig noemen we zoiets een ‘uitdaging’. Dat is een manier om van de druk die we ervaren iets leuks te maken.

 

Druk als uitdaging

zingen-met-heuprdrukDe clou is dat we met fysieke druk en psychische druk precies op dezelfde manier omgaan; we gaan tegenstribbelen of we zien het als een uitdaging; we verdwijnen of we worden zichtbaar. In het zingen is werken met druk erg leuk en erg effectief. Alleen als je al erg gespannen bent, dan is werken met druk niet een goed idee. Als je erg gespannen bent, dan is er al een grote innerlijke druk. Aan meer druk heb je dan niets. Ben je juist een beetje slap en sloom, dan kan druk je je juist uit je passiviteit halen.
Druk gebruiken we in oefeningen waarbij een partner druk aanbiedt door tegen een lichaamsdeel te duwen. Hoe ga je er mee om? Niet door te verkrampen of te gaan vechten, maar juist onder of in deze druk ruimte te vinden en te leren je kracht hier te bundelen. Het gaat helemaal niet om veel druk. Je partner moet zorgen dat je nog ruimte hebt om te manoeuvreren en de druk te leren handelen.
Als het wat beter gaat, dan kan het ook leuk zijn om met veel druk te werken, bijvoorbeeld tegen het bekken, zoals op de foto. Tegen bekkenkracht kan niemand op! En het leuke is dat je hoort in de stem of je je krachten kunt bundelen en de druk kunt weerstaan. Vanzelf komt er meer volume. Zo ontdekken we onze kracht! We worden ons bewust van onszelf. We nemen de touwtjes in handen!

Over stilte in de muziek

Wanneer je als musicus geïnterviewd wordt over stilte, is dat wel een speciale eer. Het was verrassend te ontdekken hoeveel er over stilte te zeggen en te vragen viel. Niet elke stilte is de zelfde. Voor mij is stilte een wezenlijk onderdeel van muziek en een ritueel onderdeel van een concert. Stilte voor een concert ervaar ik als een vorm van ruimte creëren. Even alles op zij zetten om het oor de eerste plaats te geven. Na een concert is de stilte heel anders: de muziek blijft doorklinken in de stilte en sterft dan pas uit. Als de stilte ten minste een kans krijgt. Vaak wordt de muziek ‘weggeklapt’.

Wanneer ik een concert heb gegeven, zijn mijn oren op zijn gevoeligst. Applaus doet dan soms zelfs pijn aan de oren. Dit los ik op door heel zachtjes te eindigen en geconcentreerd te blijven. Meestal komt het applaus dan pas wanneer ik opkijk naar het publiek. Of ik gooi het over de andere boeg: ik eindig met en daverende gongsolo en lok een donderend applaus uit.

Stilte in de muziek is moeilijker te vinden. Vaak wil muziek toch heel graag iets uitdrukken en meestal is dat niet de stilte. Bij een klankschalenconcert is stilte een wezenlijk onderdeel. Anders word je met teveel aanslagen horendol. Juist in het uitklinken van de schalen kan er iets gebeuren; je kunt meegnomen worden de stilte in….

J.C. van Schagen (1891-1985) was voor mij echt een dichter van de stilte. In veel van zijn gedichten kun je de stilte horen, zonder dat hij deze benoemt:

 

een deur gaat open
er is een lege kamer
een deur gaat dicht

 

En dat was het mooiste van het interview: het opname-apparaat was er halverwege mee opgehouden.  Eindelijk was de techniek een keer verstandiger dan de mens.

 

Van de afgrond tot de sterren

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen

Luisterend naar de muziek van Messiaen, besefte ik opeens het verschil tussen het uitvoeren van een compositie en zelf improviseren.  In ‘des canyons aux étoiles’* haalt Messiaen volgens mij een grapje uit. Waarschijnlijk in het stuk ‘Le moqueur polyglotte’ (de veeltalige spotvogel)*. Ik weet het niet zeker want ik had mijn bril niet bij me, maar ik moest erg gniffelen. Het is een kort stukje. Eerst spelen alle instrumenten een motiefje dat heel basaal is en in alle westerse muziek te horen valt; f-c-g-f. Eerst schrik ik al van zo’n hele gewone kwart naar beneden, dan weer een hele gewone kwint omhoog en dan een stapje terug, naar de f. Andere instrumenten herhalen het razendsnel. Dat gaat zo een tijdje door. Dan gaan de violen langzaam omhoog, met heel veel vibrato, heel overdreven. De ene toon na de andere, totdat ze een hele toonladder gestreken hebben. Meer is het niet. Te lullig voor woorden. Maar een prachtig verrassend stuk. Niemand zou het in zijn hoofd halen zoiets te improviseren. En dat geldt voor veel meer moderne muziek die prachtig is, maar om te spelen niet echt een uitdaging.

Stel je voor ik bedenk als componist het volgende: zanger zingt 6,5 minuut de A 440 en articuleert een Oe. 35 seconden stilte. 9 minuut 11 seconden een A overmatige kwart lager, op des. Dan 12 seconden stilte. Dan een klinker E op grondtoon c’, een grote septiem hoger. Einde. Daar is voor een zanger helemaal niks aan. Als hij zou improviseren, dan zou hij het niet durven uithouden, omdat hij zich zorgen zou maken dat het te saai zou zijn om de aandacht van het publiek vast te houden. Of om zijn eigen aandacht er bij te houden.
Maar nu moet hij dit stuk uitvoeren. Kan hij het stuk inhoud geven? Kan hij de spanningsboog aan? Kan hij de tonen samenhang geven? Dat is de vraag. En dan: kan het publiek het aan? Misschien helpt het voor het publiek als ik het een mooie titel geef of er een verhaal bij vertel hoe het is ontstaan.

Maar nu van de andere kant bekeken; stel je voor dat ik een sopraan ben en ik ben heel trots dat ik die hele hoge c’’’’ kan zingen. Die hoor je in de aria ‘Die Königin der Nacht’. Dus met die aria kan ik schitteren. En zo zijn er misschien nog wel een paar stukken waar ik eer mee kan inleggen. Maar stel dat ik ga improviseren, dan is de vraag of ik ook die hoge c zal inzetten, die ik zo mooi kan zingen of kan mij beperken tot het zingen van drie tonen: a  -stilte  – des  – stilte – c?
Een componist wil iets vertellen met muziek. Daarvoor heeft hij soms een zangeres nodig, soms zelfs één die heel hoog kan zingen, soms heeft hij die maar nodig voor een paar tonen. Een musicus of zanger zal graag laten horen wat hij heel goed kan, maar dat is niet per se ook wat hij muzikaal wil vertellen. Je mogelijkheden en kwaliteiten kunnen je daarbij behoorlijk van het muzikale pad af brengen.

Zo heb ik als boventoonzanger ook de neiging om al mijn boventonen en boventoontechnieken te laten horen als ik improviseer, in plaats van het volgen van het muzikale pad dat zich aan mij voordoet. Het is te verleidelijk om te laten horen hoe goed je het kunt en te vergeten dat het gaat om muziek.

des canyons aux étoiles

des canyons aux étoiles

*Bij het naderhand beluisteren van een opname van de muziek blijkt het motief in veel van de stukken terug te keren. Het is niet het liedje van de spotvogel, maar van de Amerikaanse boslijster omschreven als ie-oo-lee, maar soms doet hij ie-o-ie-lee, net als Messiaen. Op de CD met Myung Whun Chung klinkt de toonladder van de violen op de achtergronden en hoor je vooral de instrumenten die het omspelen. Maar het blijft een mooie ladder naar de sterren…
Ook is het motief een prachtige verbeelding van de titel: van de kloven naar de sterren. Als je de melodielijn tekent ziet die er zo uit:

 

*‘Des canyons aux étoiles’ werd uitgevoerd op 2oktober 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ.
Van 20 – 22 februari is er een Messiaen-festival in het Orgelpark in Amsterdam. Met de zelden uitgevoerde koorwerken, het zeer bekende ‘Quatuor pour la fin du temps’ en een stuk voor 6 Ondes Martenot.  Een unieke kans om je onder te dompelen in de muziek van Messiaen.